Ik hou niet van hun echo ’s tussen de huizen. Maar nu zijn ze stil en mogen ze er zijn. Meer nog: al weken bezetten ze een plataan in onze tuin met hun zorgzaamheid. Mijn kreetjes van ontroering als bouwvergunning voor hun nest. De duiven. Mijn duiven. Ze kwamen er wonen. En liefdevol lossen ze elkaar af, dat hoor ik aan het geklapwiek van de bladeren, zo tegen de avond.
Elke dag ga ik onder mijn boom staan, die nu de hunne is en van de warmte weet. Uit de hoogte kijkt ze me aan, of hij. Broedend op hun hoede.
Stilaan verdacht ik hen van schijnnestdrang en het illegaal kraken van onze boom. Roerloos stil bleef het in hun broze, warme nest.
Maar vandaag trek ik mijn woorden terug. Want uit de eitjes kwamen twee donsjes die stil leven en wiebelen en dan weer verdwijnen onder de zachte veren van hun zorgzaamheid.
Nog even. Dan wordt onze tuin hen te klein. Dan hoor ik hun echo ’s tussen de huizen.

Share This