‘Dat er veel groentjes zouden zijn, deze zomer,’ zei de man op de radio. Ik hou van groentjes, het liefst in een zomerfrisse salade.
Maar hij had het over de vlindersoort. En over bezorgde mensen die geen vlinders vonden in hun tuin, hoewel beloofd was dat ze met zovele zouden zijn. Hij stelde ons gerust. In tijden van plasticsoep en fijn stof is het goed dat de natuur ons af en toe geruststelt.
Hij vertelde dat de voorjaarsvlinders nu hun eitjes hadden gelegd en hun eigen bijltje erbij neer. Even werd weemoed mijn reisgezel, daar in de auto. Bij het besef dat dagvlinders slechts enkele weken leven. ‘Maar,’ zo zei hij, ‘dankzij het mooie lenteweer hadden ze veel nieuwe plekjes gekoloniseerd.’ Prachtig toch, hoe de vlinder beslag legt op onze tuin. Met veel eitjes tot gevolg. De zomergeneratie vlinders zou dus boomen. Van bloem naar struik. Mijn weemoed ging over in tevredenheid, onderweg naar mijn bestemming.
Ik stapte uit. Ademde in. En wandelde langs boom en bloem en struik. Waar ik rupsjes vermoedde, trappelend van ongeduld om hun vleugels uit te slaan.
Share This