Soms scheur ik foto ’s uit de krant. Foto ’s die me raken. Die me niet loslaten. Die me wakker schudden uit de toevalligheid van mijn eigen geluk. Een klein dood meisje onder Syrisch puin. De bijna lege handen van vluchtelingen onderweg. De fotoreeks ‘Kostbare kleinoden‘ (De Standaard, 6 november 2018) inspireerde me tot deze tekst.

Wat vluchten is, ik weet het niet. Soms breekt het in verre beelden mijn veilige leven binnen. Even. Als verhalen in het nieuws. Als foto ’s in de krant: open handen. Van grote en kleine mensen op de vlucht. Ze tonen ons hun dierbaarste bezit: een foto, een pop, een pet. Nauwelijks iets, maar alles voor hen. Houvast, herinnering en droom. Een inkijk in hun leven onderweg. Van ergens naar nergens door niemandsland.
Ik sla de bladzijde om – dat geluk heb ik – ik sla hun bladzijde om. Maar sinds die dag neem ik de handen vaak weer vast. En ik denk. Wat is mijn kostbaarste bezit? Wat zou ik redden als mijn leven reddeloos verloren was? Iets dat warmte geeft of troost of dat grenzeloos doet dromen.
Ik weet het niet. Behalve dit: ook met lege handen draag je een heel leven met je mee.

Share This