Met de glimlach en met beide handen grijp ik ze, de kleine momenten van windstilte in mijn kolkende dagen. Die ogenblikken waarop iedereen het huis uitwaait en ik een kleine zee – veeleer een meer – van tijd voor mezelf heb. Even niet omsingeld zijn. Luister. Alleen ik en mijn stilte.
Natuurlijk is er koudwatervrees. Voorzichtig steek ik mijn teen in dat frisse meer van vrije tijd. Spring ik of spring ik niet? Ik zie ze wel, de bergen strijk en de stoffige weidse vlakte onder de tafel. Ramptoeristen van voorbijgaande aard werpen hun afkeurende blikken op het onkruid voor de deur. En ik ruik ook de exotische geur van oude afwas in mijn keuken.
Ergens klinkt de echo van een oordeel. Van anderen misschien. Van mezelf waarschijnlijk, vanuit donkere kronkels in mijn eigen hoofd. Dat is mijn erfenis van moederskant. Want wat kon zij zo goed zorgen. Behalve voor zichzelf. Hoe ze achter de drukte aanholde en het leven haar altijd weer inhaalde. Tot de verlamming haar dwong tot stilstaan. Tot stilliggen intussen.
Na wat aarzelend dralen aan de oever en met haar in gedachten, duik ik erin. In het moment. Languit in de zetel, met een laptop op schoot en een kater aan mijn been. Zo eentje die zijn hangerig leven zichtbaar met zich meedraagt in zijn buik. En ook: een glaasje bij de hand, dat verder geen verband houdt met die kater. Nu moet er even niets, denk ik dan. Dat vind ik wel lief van mezelf. En dapper. En stil hoop ik dat ik dit als erfenis aan mijn dochters kan meegeven. Dat leven durven is. En doen.
Daar zit ik, in mijn zetel in het moment. De bomen in de tuin wuiven me bemoedigend toe. Denk ik maar. Onder ruisend applaus open ik mijn laptop en ontvouwt een wit scherm zich voor mijn ogen. Het geeft me zin. Ik glimlach en met beide handen laat ik ze stromen, de woorden. En als ze stokken dwaalt mijn blik weer af naar de bomen in de tuin. Alsof de inspiratie zich schuilhoudt tussen het groen van de bladeren.
Als ik aankom aan de overkant van mijn zee van tijd, staat er op dat witte scherm iets dat ontroert of waar ik blij van word of gewoon tevreden. Iets om te delen of te houden. Dan weet ik dat het zinvol was, dat kleine moment van windstilte dat vakantie heet. Een onbetaalbare reis die me niets kost, alleen wat overredingskracht. Wat moed voor deze kleine egotrip.


Share This